Er is weer een nieuw ingenieus geautomatiseerd media buying systeem opgestaan. Eentje die wordt gedreven door kunstmatige intelligentie. Zijn naam: Albert. Vast niet vernoemd naar Albert Verlinde, die redt het prima met zijn eigen menselijke intellect. Albert is een systeem dat volgens oprichter Or Shani zijn algoritmen flink heeft opgevoerd. Wat het precies is legt Or Shani niet helemaal uit. Wel dat bovenop machine learning en voorspellende algoritmes in Albert ook elementen als spraakherkenning en custom-build algoritmes zijn ingebracht. Algoritmes zijn rare dingen. Zo worden in de hedendaagse programmatic biedsystemen dezelfde algoritmes gebruikt als die het Amerikaanse leger gebruikt in zijn drones in oorlogsgebied. In media worden gedragspatronen gevolgd en herkend en wordt er besloten te bieden of niet. Dezelfde algoritmes in de drones zorgen voor herkenning van looppatronen van mogelijke terroristenmannetjes in de woestijn. En besluiten dan om te schieten of niet. Albert is ook op eliminatie uit. Want Or Shani legt uit dat Albert zorgt voor opruiming van digitale mediabuyers en –planners. En dat is ook goed. Want de hoeveelheid aan beschikbare contacten en keuzen die daar te maken zijn in de digitale wereld zijn ook niet meer door mensen te overzien. En al helemaal niet door marketeers die door Or Shani veelvuldig worden aangehaald. Het is goed dat marketingbedrijven digitale specialisten in huis halen. Maar hun kerncompetentie blijft toch bankieren, bier brouwen of worsten maken. Dus kunnen mediabureaus hen helpen als een extended workforce om de juiste omstandigheden te creëren. En een Albert kan daar bij helpen. Of een Steve, Bill of Mark. Misschien klust er iemand momenteel wel aan een Teun die allesvernietigend is. Deze systemen kunnen helpen en mediabureaus kunnen daarop innovatie plegen en ze zijn dan ook onderdeel van menig bureau. Het is geautomatiseerde tech. Door de efficiency die dit oplevert kunnen mediabureaus weer specialisten inzetten op zaken die nog niet geautomatiseerd kunnen worden. Strategie, boodschap en creatie. Daar moet Albert nog even op kauwen. Alberts zijn voornamelijk performance gericht. Merk kpi’s zoals merkvoorkeur zijn nog lastig voor Albert te achterhalen. Of zoals Albert Einstein zelf al zei: Alles dat kan worden geteld telt niet noodzakelijkerwijs; alles dat telt kan niet noodzakelijkerwijs worden geteld.
Column Adformatie 3 maart 2017
Vandaag met de auto van de Kaasstad (Alkmaar) naar de Lichtstad (Eindhoven). In Eindhoven zitten onze innovatieve collega’s op het gebied van programmatic media. Steeds meer media wordt geautomatiseerd gepland en ingekocht. Er gaat anderhalf miljard om in digitale media, een half miljard meer dan in televisiereclame. Dus dat wil je dan wel een beetje goed doen. De 250 collega’s in Eindhoven zorgen op basis van data en juiste technologie dat merken in real time de juiste boodschap bij de juiste persoon op het juiste moment in de juiste context brengen. We voorzien een verdere forse groei in digitale bestedingen dit jaar. Televisie staat stil of loopt achteruit. SKO rapporteerde gisteren in Adformatie dat de lineaire kijktijd daling in 2016 minder sterk is dan in 2015 met 3,7% bij de groep 6 jaar en ouder. Maar wij kijken graag naar doelgroepen. In 2016 zien we over de hele dag de kijktijd op 13-19 jaar met 18% achteruit hollen, op 20-34 jaar met 10%. In de avond gaat de groep 35-49 jaar met 8,5% achteruit. Je kan natuurlijk blijven ontkennen dat er helemaal niets aan de hand is en gewoon door blijven lopen. Vraag Kodak, Blackberry en Nokia maar wat er dan gebeurt. Op dit gebied hebben lokale publishers nog veel werk te verzetten. En we beseffen, dat dit niet makkelijk is. De fondsen van de internationale partijen zijn vele malen groter dan van lokale partijen. Maar stop asjeblieft met ontkennen. Toen ik mij een paar maanden geleden uitsprak over de publieke omroep en digitalisering in een 