Boycot

prrHet tumult in de pers rondom Peter Jan Rens leidde gisteren niet tot extra kijkers op RTL5. De kijker bepaalt.  Op Facebook werd mij de volgende vraag gesteld. “Moeten bureaus adverteerders niet adviseren om het programma van Rens te vermijden?”. De vraag is afkomstig van een commercieel directeur van een buitenreclamebedrijf. Ik noem geen namen, maar zijn naam begint met een B en eindigt op art de Vries. Mijn wedervraag was of ik dan ook niet onze klanten moet adviseren om geen reclame meer te maken in abri’s die geplaatst zijn rondom hoerenbuurten. Peter Jan Rens of een hoer, is er een verschil? Het is niet de eerste taak van mediabureaus om moreel kompas te zijn. En om dan namens merken te zeggen waar ze wel en niet moeten adverteren. Dat moeten adverteerders toch echt zelf doen. Nieuws over calamiteiten en rampen uitgezonderd. Commerciële boodschappen laten we dan achterwege. Deze week werd er ook om een boycot door adverteerders gevraagd bij de Telegraaf. Koppen met termen als “Kansloze asielplaag” zijn niet passend zijn volgens bijvoorbeeld de man die overal verstand van heeft, Peter R de Vries. Maar VARA’s Claudia de Breij kon er prima mee leven. Gisteren kreeg ik van een aantal klanten ook een telefoontje om te overleggen hierover. Online worden merken door twitteraars belaagd die dreigen direct met een boycot op kopen van producten die worden geadverteerd in de krant van Wakker Nederland. Adverteerders zijn niet verantwoordelijk voor journalistieke keuzes. Een adverteerder die ergens adverteert kan het niet eens te zijn met elke mening, elke column en elke kop die in een nieuwskanaal verschijnt. Als ze daar aan zouden beginnen, is het einde zoek. Mag Kruidvat dan wel adverteren bij de EO als er een discussie is over Jezus versus een oerknal? En mag Corendon dan wel reclame maken rondom programma’s als Oh Oh Cherso waarin de mannen zo liefkozend over vrouwen spreken met termen als WOKNOK (voor de betekenis, google ‘wat is woknok’). Adverteerders moeten tegenwoordig zeker een mening hebben over maatschappelijke onderwerpen. Maar ze zijn ook vrij om ergens wel of niet te adverteren. De kracht van sociale media geeft lezers en kijkers echter een stem. Als de actie te massaal wordt, trekt de adverteerder zijn conclusie. De consument bepaalt. Niet Youp van ‘t Hek of Peter R. de Vries.

Column Broadcast Magazine 11 januari 2017

Eten

eatWappzapp gaat concurreren met Netflix. Dat wordt gemeld van Volkskrant tot Adformatie afgelopen weken. Net als bij Netflix gaat Wappzapp ook werken met een ‘all you can eat’ abonnement. Voor hetzelfde maandelijkse bedrag als bij Netflix. En toch krijg je er een vreemd gevoel bij als je het leest. Alsof je verderop in het sportkatern ook leest dat IJsselmeervogels gaat concurreren met Real Madrid. Omdat ze een voetbalveld hebben met exact dezelfde afmetingen. Natuurlijk is het te prijzen dat er een poging wordt gedaan om Hollands glorie te presenteren in het domein van on demand televisie. Maar is het wel een gelijke strijd? Ook als Wappzapp – waar Sanoma investeerder in is – zijn spaarvarken helemaal omkeert, zal het niet op kunnen tegen een kapitaalkrachtig bedrijf als Netflix dat op grote schaal rechten opkoopt en zelf produceert.  Je kunt zeggen van de Nederlandse mediabedrijven wat je wilt, maar het is best knap om zo weinig te kunnen innoveren de afgelopen jaren. Zo had Telegraaf natuurlijk ooit Marktplaats moeten verzinnen. Sky Radio doet een moedige poging met Myradio maar had natuurlijk eigenlijk Spotify moeten bedenken.  De kranten waren de aangewezen partijen om Nu.nl in de markt te zetten. Waarom is RTL niet internationaal met een Netflix gekomen? Het kocht hier uiteindelijk Videoland.  Sanoma koopt Fashionchick, maar had het eigenlijk zelf moeten doen met Viva. De traditionele mediabedrijven zijn zo enorm verliefd op hun oude businessmodellen dat ze blind worden voor toekomstige. Vernieuwingsdrang, flexibiliteit, experimenteren en focus lijkt steeds te stranden in de wirwar van risicomijdende managers in grote organisaties. En als er dan door een grote tanker als Sanoma geïnvesteerd wordt in zo’n speedbootje als Wappzapp, dan is het eigenlijk alweer te laat en op te kleine schaal. Bedrijven als Whapzapp zijn net zulke serieuze concurrentie voor Netflix als Bassie en Adriaan voor Disney. Deze initiatieven bedienen op zijn hoogst een niche en worden dan meestal overgenomen door de RTL-en, Netflixen of Facebooken. Of ze komen terecht in het ‘all you can eat’ model van banken en curatoren. Met huid en haar.

Column Adformatie, 28 maart 2014

 

K

Het rommelt bij De Telegraaf Media Groep. De redactie van de Telegraaf heeft zich gekeerd tegen de plannen van topman Van Campenhout om zich vooral op internet te richten. Daarbij worden ze gesterkt door John de Mols beleggingswonder Frank Botman. Botman vindt dat het krantenconcern juist zijn krantentak met overnames moet versterken om zo de waarde van het concern op de beurs te vergroten. De krant is nu nog de grootste inkomstenbron binnen het concern. Het succes van die krant komt door de toegepaste geheime toverformule van de 5 K’s. Elke journalist wordt op pad gestuurd om met nieuws en reportages terug te komen over Kinderen, het Koningshuis, Kapitaal, Kat of Kut. Kat staat daarbij voor dierennieuws en Kut voor vrouwen in bikini’s en zo. Hoofdredacteur Sjuul Paradijs kan die K’s blijkbaar lastig naar het internet vertalen en er geld mee verdienen. Er is namelijk al zoveel gratis Kut op het internet. In de tussentijd blijven de oplagen dalen en zakken de advertentie-inkomsten voor dagbladen harder in dan het aantal zetels van Groen Links. Het waarom is een open deur. De K van Klant besteedt minimaal zes keer meer tijd op internet dan in de krant. De krant is nu nog een belangrijke motor voor de TMG. Maar er komt een omslagpunt waarbij de kosten voor distributie en drukken van papier te zwaar gaan wegen in het businessmodel. Dan kan Botman nog verder willen consolideren, maar de Klant gaat voor de beurswaarde. En dus moet Paradijs zich vooral ook heel druk maken over hoe hij met zijn 5K’s in zoveel mogelijk digitale kanalen die klant aan zicht bindt en er geld aan verdient. Paradijs kijkt waarschijnlijk nog zwart-wit televisie naast een straalkachel. Leest stripboeken van Kick Wilstra, luistert naar grammofoonplaten van Snip en Snap en gaat naar zijn werk met een (heel sterk) paard. Een hoofdredacteur van The Guardian verwoordde het prachtig. Met papier en inkt aan de gang blijven is vergelijkbaar met het verschuiven van dekstoelen op de Titanic. De TMG is al gehandicapt omdat er geen belang is in het onsterfelijke medium televisie. Dus moet Paradijs met Van Campenhout om de tafel over hoe het digitale domein goed in te vullen. Anders rest er voor de heren maar één K. Die van Kapot.

 

Adformatie, 14 juni 2012