Jaap van Dissel in de metaverse

Snapchat wint van RIVM

Snapchat heeft meer gezag dan het RIVM in Rotterdam-Zuid. Dat is de kop van een artikel in het FD van afgelopen zaterdag. Uit het artikel blijkt dat veel jongeren zich door Snapchat en andere sociale media laten beïnvloeden. Mo: ‘Ik zag een filmpje van een vrouw die een week na het vaccin opeens niet meer normaal kon praten.’ 

Burgemeester Aboutaleb dacht dit communicatieprobleem wel even te cheffen door vaccinatie op een andere manier onder de aandacht te brengen: ‘Vertel mekaar geen fabeltjes, gewoon vaccineren!’. Alsof je een vader tegen zijn tienerzoon hoort zeggen dat hij geen bier mag drinken. Alle ouders die dit lezen, weten dan wel wat er gebeurt. Zuipen!

Jongere met vette longcovid

Maar goed, als je dan weet dat Snapchat, Instagram en TikTok sociale media zijn waarmee je jongeren kan bereiken, dan zal er toch wel iemand bij het RIVM of de overheid zijn die bedenkt dat je deze kanalen kan gebruiken om de boodschap voor vaccinatie te brengen. Natuurlijk niet door de burgemeester of Hugo de Jonge. Maar door jongeren zelf. Het liefst door een jongere met een vette longcovid. En natuurlijk zijn de helden van jongeren een krachtig middel. Er zijn echt wel rappers en influencers te vinden zijn die vóór vaccinatie zijn.

Hugo de Jonge als snuifduif

Even kijken op TikTok. Ah! Het RIVM heeft een account! Vier volgers en één video van anderhalf jaar geleden. Even op Instagram kijken dan maar. Want Diederik Gommers weet door Femke Louise dat hij daar nu een half miljoen mensen bereikt. En het RIVM? Jawel, een account. Met precies 68.000 volgers en boodschappen als: ‘Wist u dat ouderen meer groenten en fruit eten dan jong volwassenen?’.

Het Burgerlijk Wetboek lezen is nog spannender voor de gemiddelde jongere. En op Snapchat? Daar is het RIVM al helemaal niet te vinden. Even de hashtag #vaccinatie en #RIVM dan maar opzoeken. Op Instagram wordt je dan verwezen naar de RIVM website. Een jongere die dat opent valt gelijk in slaap. Op TikTok zijn de meest bekeken video’s nu net niet wat het RIVM zou willen vertellen. Goed scorend is bijvoorbeeld Hugo de Jonge die in een video wordt beschreven als ‘snuifduif’.

Voorlichters aan de druppeltjes van Giel Beelen

Kortom mensen bij de overheid en RIVM, zitten die achthonderd voorlichters van u soms aan de Shambala druppeltjes van Giel Beelen? Er ligt een reuze grote kans om serieus campagne te voeren op de kanalen waar jongeren wél zitten. Met de stemmen waar ze naar luisteren.

Jeugdarts Martijn Spoelstra vroeg hier al om voordat de scholen weer gingen starten na de zomer. Hoe moeilijk kan dit zijn? En misschien is het handig dat er ook even serieus en structureel wordt nagedacht over toekomstige communicatie naar jongeren. Jaap van Dissel mag straks namelijk niet ontbreken in de metaverse.

Adformatie, 25 oktober 2021

Komkommertijd 2030

Als je in de vakpers leest dat de Vogelbescherming met acht partners een nieuw creatief bureau heeft

gekozen om onder meer de Noordse Stern te beschermen, weet je dat de telers het weer druk hebben met komkommers oogsten. Misschien is het daarom goed om onze blik wat verder vooruit te werpen vanuit de strandstoel over trends in ons vak richting 2030.

Recentelijk deed Dentsu wereldwijd onderzoek naar consumententrends onder experts uit allerlei vakgebieden en onder consumenten. Veel merken staan nog te schudden op hun grondvesten van de naweeën van covid19 en zijn met kortetermijnacties bezig zich te hergroeperen. Maar vooruitkijkend levert de glazen bol 4 trends op.

1. Universeel activisme

Acclimatiseer nu

Consumenten organiseren zich steeds vaker rondom maatschappelijke thema’s als klimaat. Urgenda en Milieudefensie kregen zo de staat en Shell al op de knieën voor de rechter. Maar er zijn meer voorbeelden. Radio 538 werd tot de orde geroepen. Feestelijk werd middenin coronatijd met volle ziekenhuizen het Koningsdagfeest als holadijee-feest aangekondigd, het mag weer! Aan bijvoorbeeld lokale horeca werd even niet gedacht. Ziekenhuizen klaagden. Gevolg: meer dan 350.000 handtekeningen duwden het evenement omver.

Hetzelfde gebeurde met de plannen voor een Superleague in het voorjaar. Clubs als Juventus en Barcelona kondigde samen met andere topclubs een eigen eliteleague aan. Mede door woedende fans werd het hele plan binnen een week getorpedeerd.

Ook als persoon kom je allerminst weg met halfbakken duurzaamheid statements, vraag maar aan Elske Doets. Consumenten rekenen dus af met merken die het niet zo nauw nemen als het gaat om duurzaamheid. Het is niet ondenkbaar dat er in 2030 een nieuw soort aandelenbeurs zal ontstaan, waarbij duurzaamheidprestaties de belangrijkste graadmeter zijn.

Nieuw dataparadigma

Een thema dat nu al leeft is de bezorgdheid van mensen over wat er gebeurt met hun data. Het is niet gek om te denken dat over tien jaar consumenten een eigen AI gedreven personal assistent zullen hebben die met merken communiceert. De verwachting is dat wereldwijd de helft van alle klanten zal weigeren om persoonlijke data te delen. Ze trekken zich terug op privacy-eilanden. Tegelijkertijd verwachten ze wel hetzelfde hoge niveau van service krijgen. Ok, maak uw borst maar nat als merk.

Kaleido-identiteit

Binnen het universele activisme is in het onderzoek de Kaleido-identiteit benoemd. De wat?! Traditionele demografische kenmerken staan duidelijk onder druk. In 2030 zullen met name jonge consumenten het concept van geslacht, ras of leeftijd overbodig vinden. Dat betekent dat merken harder moeten werken om segmentatie en targeting vorm te geven.

Consumenten zullen een breder spectrum van waarden terugverwachten in de merkinteracties, services en producten.

2. Synthetische samenleving

Bovenmenselijk

In een synthetische samenleving zal een explosie aan innovaties volgen om onze cognitieve en fysieke capaciteiten te versterken. Voor de Omroep Max-lezers van dit stuk: De Man van Zes Miljoen kan zomaar eens waarheid worden. Een derde van mensen geeft aan in 2030 open te staan voor niet essentiële hersenchirurgie. Het inbrengen van een microchip om mentale gezondheid te beïnvloeden lijkt ze geen probleem. Via een app jezelf in een euforische staat brengen; je kan de xtc laten staan.

Gaat dit ook betekenen dat merken kunnen intappen op die chip in de hoofden van mensen? Het lijkt wat vergezocht, maar het kan al. Wie anders dan Elon Musk is dit nu aan het doen. Je hoeft alleen maar te denken aan je boodschappenlijstje met bananen en broccoli en het staat voor je deur. Natuurlijk zal dit een ethisch vraagstuk worden, net als het editen van DNA in embryo’s. Ethiek en technologie zullen de gemoederen nog wel even bezig houden.

De virtuele standaard

E-sports is momenteel bekend bij 2 miljard mensen. Over tien jaar is het niet gek te denken dat de eWorld Cup Fifa het best bekeken sportevenement van de planeet is. Binnen deze categorie moet augmented reality nog echt volwassen worden. Esporters en hun publiek lopen straks rond in een zogenaamd ‘haptic suit’. Daarmee voel je hitte en kou. Een stomp voor je kanis in een vechtspel komt echt hard aan. Eerste stappen van merken in deze wereld worden al gemaakt. Het ondergedompeld worden in deze virtuele ervaringen zal voor merken een nog grotere wereld van mogelijkheden opentrekken.

Technologische saamhorigheid

In covid19-tijd hebben we gezien dat het kan. Er is een toenemende rol voor technologie bij het bevorderen van menselijke verbinding. Er wordt saamhorigheid gesmeed ondanks afstand of eenzaamheid. Vriendschappen en intimiteit wordt gedemocratiseerd. Zorgverzekeraars bieden in 2030 zorgrobots zonder supervisie aan als de normaalste zaak ter wereld. Robots die ook door kunstmatige intelligentie aangenaam gezelschap zijn. Je hoeft er alleen geen biertje in te gooien. Of wat denk je van de eerder genoemde chip in je hoofd die je permanent in verbinding brengt met je geliefden?

3. Bigger, bolder brands

Merk Titanen

In een volgend decennium zegt een aanzienlijk deel van de mensen dat een select aantal merken onderdeel wordt van hun dagelijkse leven en besteding. Zoals winkelen, bankieren en gezondheid. Superfunctionaliteit zal de belangrijkste aanjager zijn voor dit soort merken als het om brand loyalty gaat. Platformen als Alibaba en Amazon worden als merk belangrijker dan de merken die ze aanbieden. Consumenten zoeken eerder op categorie binnen zo’n platform dan op merken.

Deze platformen hebben zo’n enorme kennis van hun klanten dat het als merk heel moeilijk wordt je eigen identiteit te bewaken. Merken zullen zelf een directe klantrelatie moeten aangaan om te overleven. De platformen zullen – net als nu – continu in gevecht zijn met overheden over mogelijk machtsmisbruik. Maar tijdens zo’n gevecht is een dergelijk platform door innovatie steeds weer een stap verder.

Elk merk een gezondheidsmerk

Consumenten zullen langetermijngezondheid en welgesteldheid centraal zetten in hun beslissingen voor aankoop van merken. Voor genotsmiddelen als alcohol zullen merken niet alleen gezonde producten serveren die zonder alcohol goed smaken, maar ook de effecten van alcohol zullen nagebootst worden. Gezond dronken worden met een 0.0, gewoon omdat het kan.

Elk merk wordt een gezondheidsmerk. Zo presenteerde winkelcentrum Westfield haar ‘Destination 2028’ waarbij gezondheid een belangrijke rol speelt. Slimme wc’s meten je hydratatie- en voedingsbehoeften (hoe dan..?). Ook zijn er ‘betterment zones’ waar mindfulness workshops gegeven worden.

5-sterrenburgers

Zoals consumenten selectiever zullen worden in het kiezen voor merken, zal dat andersom ook het geval zijn. Merken en overheden zullen data gebruiken om de betrouwbaarheid van consumenten te bepalen. Een derde van de mensen wereldwijd geeft in het onderzoek daar geen problemen mee te hebben als een overheid dat doet. Merken zouden zover kunnen gaan dat hotels alleen nog maar ‘goede gasten’ ontvangen. Of een luxemerk zou alleen klanten met een hoge influencerscore bepaalde producten willen verkopen.

Deze veranderingen hebben een hoog Black Mirror-gehalte. Mensen zouden elkaar kunnen gaan ranken op sociale media. Personen krijgen scores in de context van werk, persoonlijk leven en in die van de publieke diensten. Is dat eng? Merken zullen zorgvuldig moeten navigeren in deze reputatie economie en acceptabele grenzen gaan vormgeven als het gaat om het in- en uitsluiten van klanten. Wat is überhaupt een goede klant?

4. Menselijk dividend

Wat robots niet kunnen

Waar de afgelopen tien jaar in het teken stonden van digitalisering zal in de jaren twintig de aandacht weer meer verschuiven naar de eigenschappen en capaciteiten die ons menselijk en uniek maken. Tegelijkertijd zullen we ook de beperkingen daarvan meer begrijpen. Alhoewel massaproductie en maatwerk blijven bestaan, zullen menselijk vakmanschap en creativiteit een onderscheidende factor worden voor veel merken.

Menselijke eigenschappen, emotie, zullen belangrijke merkwaarden worden. De chatbots en automatische verwijzingen naar FAQ’s komen uw neus uit. Er komt een complete herziening van diensten die aangeboden worden via fysieke etalage of door mensen geleide klantenservice.

Menselijke eigenschappen wordt een verplicht vak op scholen. De winkel van de toekomst wordt een premium ruimte waar onderwijs, training en betrokkenheid van de gemeenschap centraal staan. En bovenal kansen voor unieke menselijke nieuwigheid en plezier. Op producten staat steeds minder het label ‘Made in China’, maar ‘Sustainably made by humans’.

Objectief vrij spel

Zeven op de tien mensen geven aan dat de impact van covid19 hun houding ten opzichte van vrijetijdbesteding heeft veranderd. Het bekijken van sportevenementen vanuit huis kan bijvoorbeeld een meer blijvend karakter krijgen. Er is meer aandacht voor de kwaliteit van vrijetijdbesteding. Waar aan de ene kant AI-gestuurde voice- assistenten hypergepersonaliseerde suggesties voor vrije tijd gaan doen, zal er aan de andere kan behoefte zijn merken die schijnbaar spontane ontdekkingsmomenten organiseren en mensen daarmee verrassen. Dit zal ook de opkomst van offline activiteiten als traditionele spellen en ontsnappingen in de natuur kunnen betekenen.

Als reactie op burn-out en stress gaan er consumentenbewegingen opstaan tegen de always on- en optimalisatiementaliteit. Er is verlangen naar objectieve vrije tijd. Merken kunnen daar curatoren voor worden.

Emotie overtreft objectiviteit

Nu al zien we een eindeloze lus van beweringen en tegenclaims door de komst van nepnieuws en complottheorieën. We bewegen naar een wereld waar steeds meer op emotionele waarheden wordt vertrouwd om nieuwe informatie en de wereld te begrijpen.

Voor merken vereist deze verschuiving naar het gebruik van emotionele intelligentie in plaats van objectiviteit en rationaliteit om de waarheid te onderscheiden een robuust merkdoel: een relevante emotionele waarheid die consumenten aanspreekt.

Ten slotte

In bijna alle trends hierboven, zit het concept van ‘inclusieve intelligentie’ opgesloten. Merkeigenaren zullen het vermogen moeten hebben om nieuwe opvattingen, waarden en gedragingen op te kunnen nemen in hun waardepropositie tegen een achtergrond van toenemende ongelijkheid, maatschappelijke ontwrichting en ethische complexiteit.

Er zijn kritische vragen die merken moeten beantwoorden, zodat ze met succes door de ongelijke contouren van het volgende decennium kunnen navigeren. Over tien jaar zit u in uw strandstoel met uw genetisch gemodificeerde komkommersalade te reflecteren of u het goed heeft gedaan.

Adformatie, 20 augustus 2021

De Mol riskt door

Een knikker kan raar rollen. In 2019 liepen er arbitragezaken tussen RTL en Talpa en verhuisden er sterren als Linda de Mol en Wendy van Dijk naar Talpa. John de Mol en Sven Sauvé zou je in die tijd niet snel gezellig aan een tafeltje hebben zien zitten. Maar lang leve de liefde, de twee hebben elkaar gevonden. En sterker nog, Sven Sauvé mag de nieuwe combinatie ook gaan leiden.

Het is overigens niet de eerste keer dat De Mol met RTL handelt. In 2005 had hij al zijn legers ingezet op zijn televisiezender Tien. Maar toen de kijkcijfers achterbleven, werden deze legers met de namen als Gooische Vrouwen, Deal or No Deal en de voetbalrechten verplaatst naar RTL. De Mol kreeg in ruil een aandeel van 26 procent in RTL. En mocht er met zijn eigen productiebedrijf ook programma’s gaan produceren. The Voice was een van de uitvloeiselen daarvan. Later ging de Mol opnieuw de zenderkant op door in eerste instantie met Sanoma en later als volledig eigenaar de SBS legers in te lijven die onder de vlag van Talpa Network verder gingen.

Deze keer zijn het niet eens zozeer de tegenvallende kijkcijfers van de Talpa-zenders die de gisteren aangekondigde fusie met RTL tot stand brachten. Nee,  het zijn de buitenlandse troepen van onder meer Amazon, Disney, Netflix, HBO en Viaplay die de Nederlandse zenders bedreigen. Zeker in het video-on-demanddomein, dat hard groeit en de toekomst is, zijn de Nederlandse partijen zwak. Alleen Videoland weet zich met een miljoen abonnees te onderscheiden en moet dan ook het speerpunt worden van het nieuwe fusiebedrijf.

Samenwerken is de enige manier voor de lokale commerciële zenders om een rol te blijven spelen. Advertentie-euro’s worden in rap tempo opgeslokt door de internationale partijen. Van alle reclamebestedingen is al ruim 60 procent digitaal, zijnde ruim 2 miljard euro. De grote mediatech partijen als Google en Facebook pakken zo’n 75 procent van deze taart. Dat is geld dat niet meer in Nederlandse content geïnvesteerd wordt. Er moet dus op schaal samen gewerkt worden.

Geen samenwerking betekent een langzame stille dood van commerciële televisie in Nederland. Er ontstaat nu volgens het persbericht een synergievoordeel tot 120 miljoen euro. Dat betekent dat er nogal wat mensen een functie elders zullen krijgen. Daarnaast staat er nu een jaarlijkse contentpot van 400 miljoen ter beschikking voor de nieuwe zendercombinatie.

Grote vraag die nu nog boven de markt hangt, is of de mededingingsautoriteiten toestemming gaan geven. En dan gaat het erom hoe een organisatie als de ACM de reclamemarkt definieert. Als je er eerlijk naar kijkt, moet je de totale 3,6 miljard als reclamemarkt definiëren. De combinatie Talpa-RTL zou daar 900 miljoen uithalen naar eigen zeggen. Dat is een aandeel van 25 procent. Op deze manier is er geen sprake van dominantie.

Als je alleen naar de tv-markt zou kijken, kom je uit op een aandeel van rond de 70 procent voor de RTL-Talpa combi. Maar ja, dan zou je de searchmarketing markt, die een miljard euro groot is, ook zo moeten bekijken. En daar heeft Google een aandeel van 99 procent. En dat wordt ook gewoon toegestaan. Een toestemming is dus best waarschijnlijk. Wel zullen adverteerders gerust gesteld moeten worden als het gaat om prijsontwikkeling van televisie.

Het is bewonderenswaardig hoe De Mol zijn artillerie weer heeft ingezet. Hij is opnieuw aandeelhouder in de grootste commerciële zendergroep van Nederland. Aan de onderhandelingstafel is daar ongetwijfeld een primetime garantie voor zijn formats meegenomen. En zodoende kan hij doen wat hij het liefste doet, programma’s bedenken en aanspraak maken op een mooi aandeel van de 400 miljoen die daar beschikbaar voor is. DPG Media is in tranen en De Mol speelt zijn favoriete spel en riskt vrolijk door.

Column Adformatie 23 juni 2021

NPO verjongingsspook

Het verjongingsspook is weer uit de fles. Het is de publieke omroep die weer wil verjongen. Daar is op zich niets mis mee. Maar de manier waarop is weer heel bijzonder. Het moet namelijk gebeuren via een verjongingskuur van programma’s op het oude lineaire kanaal dat televisie heet.

Er wordt door de fossiele omroepbestuurders en netmanagers bijna geen woord gerept over het feit dat jongeren harder afscheid nemen van het medium televisie dan Thierry Baudet van zijn partijgenoten. Dus je kan programma’s verjongen wat je wilt op de NPO lineaire kanalen, maar dat haalt de jongere kijker niet uit zijn comfortzone van de digitale kanalen.

In de tussentijd heeft de publieke omroep er een puinhoop van gemaakt als het gaat om het bereiken van jongeren in op de plekken waar ze echt zitten. Je moet vissen waar de vissen zitten. En dat is online en on demand. Maar daar zie je bijvoorbeeld de jongerenzender NPO3 prutsen met een eigen YouTubekanaal.

Tegelijkertijd zie je dat een kleine NPO3 bewoner – Powned – een eigen bereik heeft op YouTube dat bijna drie keer zo hoog ligt. Maar daar mogen ze alleen promo’s op zetten die verwijzen naar het NPO3-kanaal. Dat is televisietje spelen op internet. Een beetje knap samenwerken binnen eigen gelederen is blijkbaar al te veel moeite. Of sterker nog, samenwerking wordt tegengehouden door allemaal eigen belangetjes binnen het omroepbestel.

Over samenwerking gesproken. Het echt grotere plan om jongere kijkers, en kijkers in het algemeen, vast te houden ontbreekt als het gaat om video on demand in Nederland. Terwijl  YouTube, Netflix, Videoland, Disney+, HBO, DPlay en Amazon als een ware sprinkhanenplaag de Nederlandse omroepakkers kaal grazen, blijven alle Nederlandse spelers lekker op hun eilandje zitten. Talpa Network doet KIJK, RTL doet RTL XL en Videoland en de NPO klust lekker verder met NPO en NPO Start.

Er is wel een samenwerking die NLZiet heet. Maar alle partijen zitten daar samen te werken met de handrem erop. Belangrijke belemmering is dat het een betaald initiatief is. Als de Nederlandse partijen toch eens echt een vuist zouden maken en NLZiet dé plek laten worden waar alle programma’s gratis kunnen worden getoond in ruil voor reclame (naast de keuze voor een abonnement), sla je meerdere vliegen in één klap.

De jongere kijkers van de commerciële omroepen worden daar ook geconfronteerd met de NPO programma’s. Daarnaast heb je niet meer meerdere managers nodig. Je hoeft nog maar één merk te communiceren in de markt. Dus met minder marketingbudget, maar met meer effect. En vooral grote duidelijkheid voor de kijker en een overlevingskans voor Nederlandse programma’s.

Maar nee. De NPO doet liever een verbouwing als die van Dirk Kuyt. Baardje laten groeien, haartjes naar achter, wat botox erin en klaar. Met maar één probleem. Het blijft Dirk Kuyt.

Column Adformatie 14 mei 2021

De toekomst van radio is video

Vanwege het succes van de vorige column over het doodvonnis van radiodeejays, leek het me goed er nog een paar zinnen aan te wijden. Met name binnen de radiowereld, die als zeer innovatief bekend staat, werd de column zeer goed ontvangen en begrepen. Echt, iedereen zag zelf ook wel dat het medium radio sterk verouderd, sterk gefragmenteerd en sterk geformatteerd is. Dat de traditionele radio deejay hiermee ten dode opgeschreven is, leverde vele positieve reacties op. De radiomensen kwamen stuk voor stuk op de proppen met goede inhoudelijke argumenten dat de radio inderdaad stuk is, ze waren dat helemaal met mij eens.

Rámon Verkoeijen

Ook zagen radioliefhebbers heel goed in dat het niet om de persoon Rámon ging, maar dat het net zo goed Sophie, Stephan, Menno of Niek had kunnen zijn. Allemaal mensen die zonder problemen over straat kunnen, omdat niemand ze herkent. Het zijn de radiodeejays die zich nagenoeg uitsluitend begeven op alleen de radio, het medium dat de afgelopen zeven jaar in dagbereik een miljoen luisteraars heeft verloren. Ook luisteren er dagelijks meer jongeren niet dan wel naar de radio. Maar niets aan de hand hoor mensen, gewoon lekker doorlullen tussen die plaatjes.

Beeldbepalende gezichten

Marieke, Bram of Armin zijn namen die wel een belletje doen en zien rinkelen. Er komt gelijk een beeld van hun gezicht in je op. Ja, ze zijn op de radio maar kunnen veel meer. Je kent ze als mensen met een echt talent die ook op televisie, social media en events een massaal publiek trekken. Toevalligerwijs zijn het deze gezichten die zich via radio ook op het leidende Q-Music laten horen. Daarmee is het station actueel en relevant.

Creativiteit van een notaris

Het is eigenlijk ongelooflijk dat de radiostations in het algemeen de creativiteit van een bejaarde notaris tentoonspreiden. We hebben al een Top 2000. Zullen we een Top 1000 doen? Nee een Top4000 is er nog niet! Of een Top500? Het lukt de radiodirecteuren niet buiten hun radio muurtjes te koekeloeren en het allesbepalende scherm eens verder te onderzoeken. De schermen en schermpjes waar echt iedereen dagelijks mee interacteert. Waarom is de online succesformule van Carpool Karaoke bijvoorbeeld niet door een radiostation bedacht? Of waarom is Pass the Mic van DJ Cassidy in coronatijd niet door radiomakers gedaan? Laat staan dat ze jaren geleden op de proppen kwamen met een Spotify of Itunes model. En niet pas als het al te laat is. Zelfs de meest populaire podcasts komen niet van een radiostation. Waarom zijn de radiostations niet met Clubhouse gekomen om via het scherm echt contact met hun luisteraars te maken. En als Clubhouse er dan is, waarom zijn de radiostations zo laks met het creëren van een plek daarop? En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Helemaal opnieuw beginnen

De meeste radiomakers zijn zo verliefd op hun eigen radiodingetje dat ze stekeblind zijn geworden voor vernieuwing. Hun vleugels worden steeds kleiner, het worden loopvogels. Radio wordt de Dodo. Opgevreten door digitale varkens en ratten. Mijn collega Boris Nihom deed een goede suggestie na de vorige column. Waarom gaan die mensen niet eens bij elkaar zitten met een lege A4. En dan opschrijven wat radio zou moeten zijn als je het vandaag helemaal opnieuw mag uitvinden? En dan zou zomaar kunnen blijken dat de toekomst van radio niet audio maar video is.

Column Adformatie, 8 maart 2021

De radio deejay is morsdood

ámon Verkoeijen is terug. Wie? Enkele weken geleden berichtten werkelijk alle media dat Rámon Verkoeijen terug is op 3FM. Van Nu.nl tot RTL Boulevard, van het AD tot De Limburger. Wat heb ik gemist? Ik vroeg wat om me heen. Wie is Rámon Verkoeijen? Niemand kon het me vertellen. Op het Instagramaccount van Rámon Verkoeijen ging het vooral om Rámon Verkoeijen. Op elke foto is Rámon Verkoeijen zelf te zien met nietszeggende boodschappen.

Na wat online speuren was te lezen dat Rámon Verkoeijen in 2002 als radio dj begonnen is bij Radio Venray. En dat is gelijk het hele probleem van Rámon Verkoeijen. Radio dj’s die in deze eeuw begonnen zijn, komen via het medium radio niet meer boven het maaiveld uit. Inmiddels is radio volledig geformatteerd, waardoor dj’s nietszeggende opvulling zijn geworden tussen plaatjes door. Naast de dwangbuis van het format speelt ook de enorme fragmentatie een rol. Rámon Verkoeijen zal met een paar uurtjes op 3FM, dat een zenderaandeel heeft van 3 procent, een grote onbekende blijven.

Jongeren haken af

Een andere zwaarwegende factor die meespeelt, zijn jongeren en radio. In de vorige eeuw produceerde de jongerencultuur bekende radio-iconen als Jeroen van Inkel, Adam Curry, Edwin Evers, Rob Stenders en Erik de Zwart. Echte radio dj’s. Voorgebracht uit radiopiraten of lokale omroep. Ze deden in de basis niets anders dan plaatjes aankondigen. En soms mochten ze een muziekprogrammaatje op televisie doen. Deze dj’s konden nog het verschil maken voor het marktaandeel van een radiozender. Daar vlak achteraan kwam nog de generatie van onder meer Giel Beelen en Gerard Ekdom die door Serious Request ook nog wat roem vergaarde. Iedereen die daarna nog radio dj werd, is een Rámon Verkoeijen.

Het probleem is dat de jongeren die radiohelden vereerden, zijn afgehaakt. Het dagbereik onder tieners liep de afgelopen zeven jaar alleen al terug van grofweg 60 naar 40 procent. Voor de twintigers is het dagbereik ook net zo hard afgekalfd als het ijs op de poolkappen. Laat staan als je de analyse over dertig jaar zou gaan maken.

Talent op de radio groeit op in sociale media en op televisie

De talenten die van vandaag de dag opvallen en succesvol zijn op radio zijn geen radio dj. Marieke Elsinga die mede de ochtendshow van het meest succesvolle radiostation QMusic presenteert, is geen dj. Ze is een entertainer die bekendheid verwierf bij RTL Late Night en weet ook Instagram te bespelen met ongeveer een half miljoen volgers. Ook Bram Krikke is geen radio dj, maar werd eerst groot op Youtube en Instagram waar hij bijzondere content maakt die hem een miljoen volgers oplevert. Dat is een groter bereik dan hij met zijn radioprogramma op QMusic scoort. En dat zijn er heel wat meer dan de 13.000 die zitten te kijken naar de postzegel van Rámon Verkoeijen. Ook Wilfred Genee is een exponent van een nieuwe lichting radiopresentatoren.

Kortom, de mensen op radio van nu hebben een echt talent om mensen te vermaken. Ze zijn een personal brand die radio als slechts een van de kanalen zien om publiek te bereiken, naast sociale media en televisie. Elsinga en Krikke hebben tegenwoordig mensen met minder talent, ook wel radio dj’s genoemd, naast zich zitten voor de techniek. De radio dj van weleer is morsdood. En hij heet Rámon Verkoeijen.

Column Adformatie, 14 januari 2021

Social Media en verkiezingen

Zijn sociale media afgeschreven?

Sociale media kunnen op de schroothoop. Althans, als je de berichten van de afgelopen tijd mag geloven. Iedereen heeft bijvoorbeeld de mond vol van The Social Dilemma. Over de negatieve gevolgen van algoritmes. Niet over de positieve. We kijken wel allemaal Netflix.

Andere berichtgeving gaat over het verhuizen van sterren van sociale media naar een eigen platform om meer controle over data en inkomsten te krijgen. Zoals Lil Kleine die een eigen app is begonnen. Maar dat doet hij niet zonder zijn achterban van 1,7 miljoen volgers op Instagram los te laten. Want zonder de toestroom uit Instagram zouden er net zoveel mensen in de rapper app zitten als in zijn feestcafé Het Lammetje momenteel.

Tot slot komt er nog het bericht van Newcom waarbij de brede groep Nederlanders het meeste vertrouwen heeft in nieuwsvoorziening via traditionele media en overheid. Sociale media komen er slecht uit, terwijl ze een enorm bereik hebben onder jonger publiek.

De P van Persoon

Dus rijst ook de vraag in hoeverre sociale media straks een rol kunnen spelen bij de verkiezingen. Communicatiestrateeg Schinkelshoek zegt hierover in het FD dat Persoon en Programma belangrijker zijn dan de P van Presentatie. In de praktijk lijkt met name de Persoon belangrijk te zijn. Personalities als Rutte, Baudet, Klaver en Wilders zijn vele malen groter in bereik op sociale media dan hun partij. Opvallend is dat de christelijke partijen naast dat ze geen kerken meer vol kunnen lullen, ook de sociale kanalen niet vullen. De leiders van regeringspartijen als Segers en De Jonge leggen het dik af tegen hun opponenten.

Maar met die P van Presentatie is het met name treurigheid troef. De videocontent op de sociale kanalen heeft jarenvijftigtitels als Studio SGP, het FVD Journaal of het SP Journaal. Dat nodigt jonge kijkers niet echt uit. Qua kijkcijfers is Wilde Ganzen nog een tophit vergeleken met deze partijformats. CDA probeert nog iets meer te formatteren met Terpstra Bouwt Door. Ook Groen Links probeert met &Jesse zoiets. Maar zelfs met Anna Nooshin trekt Jesse Klaver net zoveel kijkers als Ajax in de Arena vandaag de dag.

It is the content, stupid!

Sociale media hebben meer bereik en frequentie dan welk medium dan ook. Maar de kunst zit hem voor de partijen in goede content maken. Er is meer entertainment nodig om toekomstige kiezers te vangen.

Daar zouden partijen professionals van Talpa of Endemol kunnen bijhalen. Dan zou het grote stemfestijn rondom Baudet de titel I Can See Your Voice hebben gekregen met dito show en kijkers. Ook Het Jachtseizoen zou een prima format zijn om stemmers kennis te laten maken met het gedachtengoed van Forum voor Democratie.

Ik hoor u lachen. Maar Kanye West, met 31 miljoen volgers op Twitter, heeft zich al gemeld als kandidaatpresident voor 2024. Voor we het weten is Lil Kleine straks minister president van Nederland.

Column Adformatie, 4 december 2020

Influencers en clini clowns

Het is toch wel heel grappig om week in week uit de traditionele media te zien spartelen als het om influencers gaat. Eerst vonden ze het wel fijn om Famke Louise even neer te sabelen zonder verder na te denken. Nu springen journalisten en het verkoopgenre weer bovenop het concurrerende verdienmodel vanwege een aantal regels die zouden gaan gelden, maar nog geeneens helemaal uitgekristalliseerd zijn. Je zou toch zeggen dat ze zich drukker zouden moeten maken om hun eigen digitale transformatie in plaats van het blindstaren richting influencers?

Professionalisering

Gelukkig weten professionele influencers als Dylan Haegens en Giel de Winter precies wat er gaande is. Deze mensen checken gewoon de feiten en de juiste uitwerking bij instanties als Het Commissariaat van de Media en de Stichting Reclamecode. Zij zijn niet bang. Ze zien regelgeving juist als verdere professionalisering van hun categorie. Je moet het kaf van het koren scheiden, maar deze branche is echt volwassen aan het worden.

Influencermarketing onderzocht

We hoeven dus niet naar de cliniclowns van de traditionele media in het meningencircus op sociale media te luisteren als het gaat om de inzet van influencers. Want dankzij de onlangs helaas overleden Giep Franzen bestaat het SWOCC en die hebben in 2018 een gedegen onderzoek gedaan naar het effect van influencer marketing. Het is geen hype. Maar een serieus instrument. In de publicatie is te lezen dat er verschillende benaderingen zijn om influencers in te zetten. Bijvoorbeeld een reclamebenadering of een relatiemanagementbenadering.

Ook is hier heel goed in terug te lezen voor welke soort merken influencer-marketing effectief is in te zetten. Influencer-marketing maakt deel uit maakt van de algehele marketingstrategie van een merk, met geïntegreerde doelstellingen – cognitief, affectief en gedragsmatig –, en wordt toegepast in combinatie met andere kanalen. Ook lezen we daarin dat betrokkenheid belangrijker is dan bereik en dat creatieve vrijheid cruciaal is. Dat de match tussen influencer en product en merk optimaal moet zijn. En nog veel meer. Ten slotte staat er ook heel duidelijk dat het momenteel vooral ingezet wordt voor jongeren en millennials.

Generatiekloof

En hier zien we gelijk het probleem. Columnisten en verkopers van traditionele media, over het algemeen 40-plus, ofwel kijkend met ouwe-lullen-ogen, vinden het maar al te leuk te schrijven over het toontje waarop Famke-Louise praat of dat je ze maar beter niet in kan zetten. Volgens sommigen is deze generatiekloof ook de oorzaak van de ondergang van Katzenberg met Quibi. Kijk dus even lekker naar jezelf en naar de feiten. We mogen God op onze blote knieën danken dat Giep de wetenschap in de reclame heeft gebracht. Ik zou alle bellenblazers in ons vak daarom willen adviseren lid van het SWOCC te worden en de publicaties te lezen, alvorens op Trumpiaanse wijze eigen waarheden te verkondigen.

Column Adformatie, 13 november 2020

Diederik

Famke Louise en Diederik

Het is al even een tijdje geleden dat de traditionele media het monopolie op bereik verloren. En sindsdien vinden mediaverkopers van deze media het moeilijk te verkroppen dat jongens en meisjes via Instagram, Facebook, Tiktok en andere sociale media ook een deel van de budgetten van adverteerders voor hun rekening nemen.

Breed bulderende mediaverkopers als Willem-Albert Bol proberen vervolgens zelf sociale media in te zetten om te zeggen dat je je wel drie keer achter je oren moet krabben voordat je een ‘rondje influencers’ gaat kopen. Zo ook in het geval van Famke Louise, die meedeed aan de #ikdoenietmeermee actie.Advertentie

Dat was qua hashtag en mediaoptreden misschien niet briljant. Maar om dan met de kortzichtigheid van een garnaal te gaan roeptoeteren dat hier een grote les is te leren voor marketeers (die natuurlijk alleen ‘kwaliteitsmedia’ mogen inkopen), is opportunisme ten top.

Spreekbuis van miljoenen volgers

Want influencers als Famke Louise vervullen de rol van spreekbuis voor miljoenen volgers, veelal jongeren, die de kwaliteitsmedia maar boring vinden. En daarom worden ze door adverteerders ook vaak ingezet. Want ze beïnvloeden wel degelijk op een positieve manier hun achterban. En ja, er zitten natuurlijk ook een aantal gekkies tussen.

Zestigduizend likes

De enige die hier wel de goede bedoeling in zag was Diederik Gommers. Die deed namelijk als een van de weinigen wat elke marketeer zou moeten doen: luisteren en in gesprek gaan. Hij leerde dat je niet teveel angst moet zaaien en deze groep gewoon serieus moet nemen.

Gommers ging zelfs zo ver om een aantal dagen geleden een eigen Instagram account aan te maken. Gisteren plaatste hij een foto met een nieuw kapsel om er wat jonger uit te zien, want hij zit vanavond bij Jinek. In een dag meer bereik en bijna zestigduizend likes van een doelgroep die Gommers in de kwaliteitsmedia nooit had kunnen bereiken en beraken.

Famke-Louise heeft de ultieme job geklaard. Een grote les voor alle marketeers. Ze beïnvloedde een van de grootste coronabeleid beïnvloeders van Nederland.

Column Adformatie, 5 oktober 2020

Vaasje

urnNederland is volgens Mark Rutte een teer bezit van ons allemaal. Iets moois om te beschermen en mooier te maken. Want het kan ook kapot. Rutte beschrijft eigenlijk hoe een democratie werkt. Hij spreekt over meerderheden en compromissen. Misschien is het goed dat Rutte zich realiseert dat er een aantal belangrijke kenmerken horen bij een democratie. Eentje daarvan is dat er vrije media zijn. Een andere belangrijke grondslag is het betalen van belasting.

In dat laatste zijn grote techpartijen als Facebook en Google nou niet bepaald gespecialiseerd. Ze weigeren belasting te betalen over het geld dat ze verdienen aan consumenten in Europese landen. Europa komt maar niet door met regelgeving en dus besloten landen als de UK en Frankrijk onlangs het heft in handen te nemen en belastingwetgeving door te voeren die ze ongeveer een half miljard euro per land oplevert. Zodat brandweermannen, onderwijzers en verpleegkundigen gewoon betaald kunnen blijven worden.In Nederland verdienen Facebook en Google naar schatting 1,2 miljard euro aan Nederlanders via advertenties. Dat gaat richting de 70% van alle digitale advertenties. Deze wurggreep op de advertentiemarkt doet alle in Nederland opererende mediapartijen snakken naar lucht. Daarom is er ook een consolidatiegolf gaande van jewelste. Deze mediapartijen dragen hun steentje bij aan vrije media. Ze staan garant voor een pluriform aanbod waarbij Nederlanders vanuit verschillende invalshoeken nieuws en entertainment kunnen consumeren.

Google en Facebook dragen daarentegen net zoveel bij aan een pluriform Nederlands aanbod als Frank Masmeijer aan een cocaïnevrije maatschappij. Dus als Rutte de democratie wil blijven stutten, moet hij met zijn ministers Slob en Hoekstra in 2019 eens heel snel aan de slag om de voorwaarden te scheppen voor een gezond Nederlands medialandschap. Een landschap waarin de markt wordt gedefinieerd op basis van gelijke kansen. En waar grote techpartijen worden gewezen op hun verantwoordelijkheid van het grote bereik dat ze hebben. Door gewoon belasting te betalen en bij te dragen aan professionele Nederlandse content. Anders is het vaasje van Rutte binnen enkele jaren een dikke vette urn gevuld met het as van de partijen die Nederlandse content produceerden.

Column Adformatie 2 januari 2019